» 
Arabic Bulgarian Chinese Croatian Czech Danish Dutch English Estonian Finnish French German Greek Hebrew Hindi Hungarian Icelandic Indonesian Italian Japanese Korean Latvian Lithuanian Malagasy Norwegian Persian Polish Portuguese Romanian Russian Serbian Slovak Slovenian Spanish Swedish Thai Turkish Vietnamese
Arabic Bulgarian Chinese Croatian Czech Danish Dutch English Estonian Finnish French German Greek Hebrew Hindi Hungarian Icelandic Indonesian Italian Japanese Korean Latvian Lithuanian Malagasy Norwegian Persian Polish Portuguese Romanian Russian Serbian Slovak Slovenian Spanish Swedish Thai Turkish Vietnamese

definition - lijst van valse vrienden

definition of Wikipedia

   Advertizing ▼

Wikipedia

Lijst van valse vrienden

                   

Valse vrienden zijn woorden die in hun vorm of klank op een woord uit een andere taal lijken, maar niet dezelfde betekenis hebben.

Dit kan zodanig zijn dat er bij de taalgebruiker verwarring ontstaat. Die verwarring uit zich in versprekingen, in vertaalfouten of in verkeerd begrijpen. Ze kan ook bewust gebruikt worden om een humoristisch effect te verkrijgen.

Hieronder een lijst van valse vrienden.

Inhoud

  Nederlands en andere talen

  Afrikaans

aardig en parmantig
hebben beide een negatieve betekenis (aardig heeft in het Antwerpse dialect ook een negatieve betekenis).
amper
niet "nauwelijks" maar "bijna".
bees
niet "beest" maar "koe".
bloeiend
zowel bloeiend als bloedend.
bloot
niet "naakt" maar "slechts" (vgl. Duits bloß).
dadelik
niet "straks" maar "onmiddellijk" (deze betekenis wordt soms ook in het Nederlands gebruikt).
dam
niet de "dam" van een stuwmeer, maar het meer zelf.
die
niet "die" maar "de" of "het".
dié
"die" of "dat".
fok
niet de stam van "fokken" maar een scheldwoord (van het Engelse fuck).
klaarkom
"goed met iemand op kunnen schieten".
kophou
niet "zijn kop houden", "zwijgen", maar "kalm blijven", "zich niet van de wijs laten brengen", "zijn kop erbij houden".
lemoen
niet "limoen" maar "sinaasappel".
na
niet "na" maar "naar" (ná is na).
net
niet "zojuist" maar "slechts".
neuk
niet "geslachtsgemeenschap hebben" maar
Ek gaan jou neuk! - een klap verkopen
Hou op om met die stoel te neuk en eet jou kos! - hou op met klieren met die stoel en eet je bord leeg
Jy neuk al weer stroomop, knapie. - je gaat al weer de verkeerde kant op, joh.
seekoei
niet "zeekoe" maar "nijlpaard".
skarminkel
niet "mager, verlopen" maar onbetrouwbaar, onguur persoon.
stadig
niet "statig" maar "langzaam" (verkorting van gestadig).
vinnig
niet "vinnig" maar "snel".
varke
niet "varken" maar "varkens" (enkelvoud: vark).

  Albanees

banjë
niet "banjo" maar "bad".
dyzet
niet "duizend" maar "veertig".
emër
niet "emmer" maar "naam".
gjelbër
niet "geel" maar "groen".
hapje
niet "hapje" maar "opening".
jo
niet "ja" maar "nee".
kur
niet "koer" maar "wanneer".
letër
niet "letter" maar "brief".
mal
niet "gek" maar "berg".
mokër
niet "mokerhamer" maar "molensteen".
pjepër
niet "peper" maar "meloen".

  Arabisch

rabbi
niet een "rabbi" maar "mijn Heer" (doorgaans God).

  Deens

advisere
niet "adviseren" maar "aankondigen", "melden", "op de hoogte brengen".
agurk
niet "augurk" maar "komkommer".
andagt
niet "aandacht" maar "devotie", "toewijding", "gebed".
artig
niet "aardig" maar "welopgevoed".
bedrag
niet "bedrag" maar "bedrog".
bekvem
niet "bekwaam" maar "comfortabel", "gerieflijk".
belemre
niet "belemmeren, versperren", maar "opzadelen, opschepen" (met iets), "lastig vallen".
bil
niet "bil" maar "auto".
bisætte
niet "bijzetten" maar "begraven", "naar een mortuarium brengen".
  Pas op voor blinde vinken
blinde vinkler
niet "blinde vinken" maar "dode hoek" (bij vrachtauto)
blomme
niet "bloem" maar "pruim".
bom
niet "bom" maar "slagboom" of "mast".
bonbon
niet "bonbon" maar "zuurtje".
bord
niet "bord" maar "tafel".
brutal
niet "brutaal" maar "bruut".
bær
niet "beer" maar "bes".
del
niet "del" maar "deel".
drops
niet "drop" maar "zuurtje".
duve
niet "duwen" maar "deinen", "golven".
dåse
niet "doos" maar "blikje".
enkel
niet "enkel" maar "simpel", "eenvoudig", "gemakkelijk".
fare
niet "varen" maar "racen", "jagen", "stormen".
flink
niet "flink" maar "aardig".
flok
niet "vlok" maar "kudde", "groep".
flæsk
niet "vlees" maar "varkensvlees".
foreslå
niet "verslaan" maar "voorstellen".
forgive
niet "vergeven" maar "vergiftigen".
forklejne
niet "verkleinen" maar "kleineren".
forlis
niet "verlies" maar "schipbreuk".
forsage
niet "verzaken" maar "opgeven".
forslag
niet "verslag" maar "voorstel".
forslå
niet "verslaan" maar "verdrijven", "genoeg zijn".
forsøge
niet "verzoeken" maar "proberen".
fægte
niet "vechten" maar "schermen", "gebaren".
gammel
niet "gammel" maar "oud".
gemak
niet "gemak" maar "vertrek", "ruimte".
gispe
niet "gispen" maar "snakken".
god
niet "god" maar "goed".
gæld
niet "geld" maar "schuld".
jas
niet "jas" maar "gabber", "maatje".
jokke
niet "jokken" maar "sjokken".
kapsel
niet "kapsel" maar "dopje", "capsule".
kere
niet "keren" maar "zich bekommeren".
kikkert
niet "kikker" maar "verrekijker".
kind
niet "kin" (uitgesproken als "kin") maar "wang".
klabautermand
niet "kabouterman" maar "spook".
klarlægge
niet "klaarleggen" maar "uitleggen".
klaver
niet "klaver" maar "piano".
kludder
niet "klodder" maar "rommel", "gedoe".
knap
niet "knap", maar "knop", "krap", "nauwelijks".
kommune
niet "commune" maar "gemeente".
kreatur
niet "creatuur" maar "stuk vee".
kvaj
niet "kwaad" maar "deugniet".
lærling
niet "leerling" maar "leerjongen".
nedrig
niet "nederig" maar "laaghartig", "gemeen".
opdage
niet "opdagen" maar "ontdekken".
padde
niet "pad" maar "amfibie".
pandelap
niet "pannenlap" maar "voorhoofdskwab".
paprika
niet "paprika" maar "paprikapoeder".
prop
niet "prop" maar "kurk".
pukkelryg
niet "pukkelrug" maar "bochel".
rar
niet "raar" maar "aardig", "mooi".
rum
niet "rum" maar "ruimte".
rummelig
niet "rommelig" maar "ruimtelijk".
rumpe
niet "romp" maar "billen, achterwerk".
rædsel
niet "raadsel" maar "afschuw", "paniek".
seværdig
niet "zeewaardig" maar "bezienswaardig".
sjofel
niet "sjofel" maar "obsceen", "schunnig".
skoleinspektør
niet "schoolinspecteur" maar "schoolhoofd".
skubbe
niet "schoppen" maar "duwen".
skære
niet "scheren" maar "snijden".
skøn
niet "schoon" maar "mooi".
slikke
niet "slikken" maar "likken".
snabel
niet "snavel" maar "slurf".
snakke
niet "snakken (naar)" maar "praten".
sprog
niet "spraak" maar "taal".
stovt
niet "stout" (ondeugend) maar "dapper", "stoutmoedig".
straks
niet "zo dadelijk" maar "onmiddellijk".
strejke
niet "strijken" maar "staken".
strikke
niet "strikken" maar "breien".
strop
niet "strop" maar "lusje, riempje".
tapet
niet "tapijt" maar "behang".
trods
niet "trots" maar "koppig".
tryk
(op een deur) niet "trekken" maar "duwen" (vgl. drukken).
tændstikker
niet "tandenstoker" maar "lucifer" (letterlijk betekent het: aansteekstokje).
udflugt
niet "uitvlucht" maar "uitstapje".
uvejr
niet "onweer" maar "slecht weer".
vaje
niet "waaien" maar "wapperen".
vange
niet "wang" maar "zijstuk", "stijl" (van ladder, van carrosserie)
vilkår
niet "willekeur" maar "voorwaarde", "omstandigheden".
vinkel
niet "winkel" maar "hoek".
vrede
niet "vrede" maar "woede", "boosheid".
åbenbar
niet "openbaar" maar "duidelijk, klaarblijkelijk, onmiskenbaar".

  Duits

abkommen
niet "afkomen" maar "overeenkomen" of "afdwalen".
allemal
niet "allemaal" maar "zeker", "in ieder geval" (informeel).
Andacht
niet "aandacht" maar "devotie, vroomheid, gebed".
Anhalter
niet "aanhouder" (de aanhouder wint) maar "lifter".
artig
niet "aardig" maar "goed gedragen", "braaf", "gehoorzaam"
aufrecht
niet "oprecht" maar "rechtop".
aufschießen
niet "opschieten (haastmaken)" maar "opschieten (van touw), openschieten".
augenblicklich
kan naast "ogenblikkelijk" ook "momenteel" betekenen.
ausbilden
niet "uitbeelden" maar "onderwijzen" of "trainen".
ausdehnen
niet "uitdunnen" maar "uitbreiden".
(sich) ausleihen
niet "uitlenen" maar "huren".
Ausfahrt
niet "uitvaart" maar "afrit" (van een weg).
Ausschuss
niet "uitschot" maar "comité, vergadering".
B (muzieknoot)
niet "B" maar "Bes".
Beere
niet "beer", maar "bes (vrucht)".
bekommen
(Nederlands Nederlands) niet "bekomen" maar "verkrijgen".
bellen
niet "bellen" maar "blaffen".
bequem
niet "bekwaam" maar "comfortabel", "gerieflijk".
Bergente
niet "bergeend" maar "toppereend".
beschildern
niet "beschilderen" maar "bewegwijzeren".
Beule
niet alleen "buil" of "bult" maar ook "deuk" (bij auto's e.d.).
bezeichnen
niet "betekenen" maar "aanduiden", "kenmerken".
bissig
niet "bezig" maar "bijterig".
Blei
niet "blij" maar "lood".
blöd
niet "bloot" maar "stom" (dom).
Bonbon
niet "bonbon" maar "zuurtje".
Botschaft
niet alleen "boodschap" maar ook "ambassade".
Brandgans
niet "brandgans" maar "bergeend".
Brombeere
niet "brombeer" maar "braam".
Brut
niet "bruut", maar "broedsel", "gebroed".
brutal
niet "brutaal" maar "gewelddadig", "agressief".
Dachboden
niet "dakbodem", maar "zolder".
deftig
niet "deftig" maar "voedzaam", "stevig".
doof
niet "doof" maar "stom".
Dose
niet "doos" maar "blikje".
Drogen
niet "drogen" maar "drugs".
Drops
niet "dropjes" maar "zuurtje".
Dutzend
niet "duizend" maar "dozijn".
dürfen
niet "durven" maar "mogen", "kunnen".
Egel
niet "egel" maar "bloedzuiger".
einladen
niet "inladen" maar "uitnodigen".
einstellen
niet "instellen" maar "opheffen".
Enkel
niet "enkel" (gewricht of eenmalig) maar "kleinkind".
erkennen
niet "erkennen" maar "herkennen".
erlangen
niet "verlangen" maar "verkrijgen", "verwerven".
Ermittlung
niet "bemiddeling" maar "opsporing".
fahren
meestal niet "varen" maar "rijden".
falsch
niet "vals" maar "verkeerd".
Familie
meestal niet "familie" maar "gezin".
faul
niet "vuil" maar "lui", "bedorven".
fechten
niet "vechten" maar "schermen".
fehlen
niet "falen" maar "ontbreken" of "mankeren".
Feierabend
niet "feestavond" maar "einde van de werktijd", "vrije tijd".
Fernseher
niet "verrekijker", maar "televisie".
Flieder
niet "vlier" maar "gewone sering".
Flur
niet "vloer", maar "hal" of "gang".
Führer
verwijst doorgaans niet naar Hitler, maar betekent gewoon "leider", "aanvoerder", "bestuurder", "gids".
gehen
meestal niet "gaan" maar "lopen", vergelijk laufen.
geistig
niet "geestig" maar "geestelijk".
gekocht
niet "gekocht" maar "gekookt".
gemütlich
niet alleen "gemoedelijk" maar ook "gezellig".
Gerüst
niet "gerust" maar "bouwsteiger".
gesellig
meestal niet "gezellig" maar "sociaal", "in kudden levend".
Gesellschaft
niet "gezelschap" maar "maatschappij" (zowel bedrijf als samenleving).
geschickt
doorgaans niet "geschikt" maar "handig".
Glatteis
niet "glad ijs", maar "ijzellaag".
gleich
meestal niet "gelijk" maar "straks".
Gottesdienst
niet "godsdienst" maar "kerkdienst".
Griff
niet "grif" maar "greep".
grau
niet "grauw" maar "grijs".
Greis
niet "grijs" maar "grijsaard".
gruselig
niet "groezelig" maar "griezelig".
hat
niet "had" maar "heeft".
Hecke
niet "hek" maar "haag", "heg".
Heer
niet "heer" maar "leger", "strijdkrachten" (in het bijzonder "landmacht").
herstellen
meestal niet "herstellen" maar "vervaardigen", "tot stand brengen".
Hobel
niet "hobbel", maar "schaaf".
Jungfrau
niet "jonkvrouw" maar "maagd".
Kachel
niet "kachel" maar "tegel".
Kampf
niet "kamp", maar "strijd".
klar
niet "klaar, gereed" of "af", maar "helder, duidelijk".
klarkommen
niet "klaarkomen" maar "goed met iemand kunnen opschieten".
Kleinkind
niet "kleinkind" maar "kleuter".
klettern
niet "kletteren" maar "klimmen, klauteren".
knapp
niet "knap" maar "krap", "weinig", "nauwelijks".
komisch
niet "komisch" maar "merkwaardig".
Kreis
niet "kruis" maar "cirkel".
kreisen
niet "krijsen" maar "ronddraaien", "roteren" of "circuleren".
Kreuz
in de fysische betekenis niet "kruis", maar "rug"
Kreuzungsweiche
niet "kruiswissel" maar "Engels wissel".
Krug
niet "kroeg" maar "kruik".
Kunde
niet "kunde" maar "klant".
kündigen
niet "aankondigen" maar "opzeggen" (bijvoorbeeld van een abonnement, of een baan).
Laden
niet "lade" maar "winkel".
Lärm
meestal niet "alarm" maar "lawaai".
laufen
meestal niet "lopen" maar "hard lopen", vergelijk gehen.
lehren
niet "lesnemen" maar "lesgeven".
Leichnam
niet "lichaam" maar "lijk".
lernen
niet "lesgeven" maar "lesnemen".
liegen
niet "liegen" maar "liggen".
Löwenzahn
niet alleen "tand van een leeuw", maar ook "paardenbloem".
Lust
vaak niet "(wel)lust" maar "plezier" of "zin".
machen
vaak niet "maken" maar "doen".
Magd
niet "maagd" maar (dienst)meid.
malen
niet "malen" maar "schilderen".
manche
niet "menige" maar "sommige".
Mannschaft
vaak niet "manschap" maar "ploeg, elftal".
Meer
niet "meer" maar "zee".
Mist
niet "mist" maar "mest".
mogen
niet "mogen" in de zin van "toestemming hebben" maar alleen "graag hebben".
Monat
niet "monade" maar "maand".
Mond
niet "mond" maar "maan".
necken
niet "nekken" maar "plagen".
nett
niet "net" maar "aardig", "leuk".
Notwehr
niet noodweer in de zin van "slecht weer" maar alleen "zelfverdediging".
Nougat
niet "nougat" maar "noisette".
Oberst
niet "overste (luitenant-kolonel)" maar "kolonel".
offenbar
niet "openbaar" maar "duidelijk".
Ohrloch
niet "oorlog" maar "gaatje in het oor".
Ostern
niet "oosten" maar "Pasen".
passieren
niet "passeren" maar "gebeuren".
pfeifen
niet "pijpen" (op een fluit spelen) maar "fluiten" (met de mond of een signaalfluitje).
popeln
niet "popelen" maar "neuspeuteren".
Postbus
niet de brievenbus maar het vervoermiddel.
Rampe
niet "catastrofe" maar "helling".
Recherche
niet "recherche" (politie) maar "opzoeking", "nasporing".
reiten
niet "rijden" (op wielen) maar "paardrijden".
Rente
niet "rente" maar "pensioen".
Rentier
niet "rendier", maar "rentenier".
Reue
niet "rouw" maar "berouw".
ruchlos
niet "roekeloos" of "reukloos" maar "snood", "gewetenloos".
rüstig
niet "rustig" maar "kranig", "energiek".
satt
niet "zat" in de betekenis van "dronken" maar "vol" (van eten).
sauber
niet "zuiver" maar "schoon".
schade
niet "schade" maar "jammer", "helaas". Het substantief "der Schade" is de verouderde vorm van "der Schaden".
Schaf
niet "schaaf" maar "schaap".
schattig
niet "schattig" maar "schaduwrijk".
Schild
vaak niet "schild" maar "bord" (naambord, wegwijzer enz.)
schildern
niet "schilderen" in de letterlijke betekenis maar alleen in de figuurlijke (beschrijven, vertellen).
Schlägerei
niet "slagerij" maar "vechtpartij".
schlimm
niet "slim" maar "erg".
Schnee
niet "snee" maar "sneeuw".
schon
niet "schoon" maar "al", "reeds"
schön
(Nederlands Nederlands) niet "schoon" maar "mooi".
schwul
niet "zwoel" maar "homoseksueel".
See
der See = het meer (der Genfer See = het meer van Genève).
die See = de zee (die Nordsee = de Noordzee).
Segel
niet "zegel", maar "zeil".
Seil
niet "zeil" maar "touw".
seltsam
niet "zeldzaam" maar "vreemd", "eigenaardig".
sollen
vaak niet "zullen" maar "moeten".
Sonnabend
niet "zondagavond" maar "zaterdag".
spinnen
meestal niet "spinnen", maar "gek zijn".
Sprache
niet alleen "spraak", maar ook "taal".
Springseil, Sprungseil
niet "springzeil" maar "springtouw".
Sprossen
niet "spruitjes" maar "kiemgroenten" zoals "tauge".
Stockbrot
niet het Franse "stokbrood", maar alleen het aan een stokje boven een kampvuur gebakken brood.
stracks
niet "straks" maar "onmiddellijk".
straffen
niet "straffen" maar "strak spannen".
stramm
niet "stram", "stijf", maar "stevig", "kloek".
Streit
niet "strijd" maar "ruzie".
stur
niet "stoer" maar "eigenzinnig".
Tafel
niet "tafel" maar "tabel", "tablet" of "schoolbord".
Tanne, Tannenbaum
niet "den, dennenboom" (Pinus) maar "zilverspar". Zie ook: O dennenboom.
Tapete
niet "tapijt" maar "behang".
Tasse
(Nederlands Nederlands) niet "tas" maar "kopje".
Taugenichts
niet "deugniet", "bengel", "kwajongen" maar "nietsnut", "onbenul".
Teller
niet "telapparaat" maar "bord" of "schaal".
Topf
niet "top" maar "pan" of "pot".
Tor
niet "tor" maar "poort", "doel" (van een voetbalveld) of "doelpunt".
Toter (der Tote)
niet "doder" maar "dode".
(sich) trauen
in de betekenis van "moed hebben" niet "trouwen" maar "durven".
trotz
niet "trots" maar "ondanks".
übernehmen
niet "overnemen" maar "aannemen" of "op zich nemen".
Uhr
niet alleen "uur" (in tijdsaanduidingen) maar ook "klok".
Unwetter
niet "onweer" maar "noodweer" (slecht weer).
verbrechen
niet "verbreken" maar "overtreden". Als zelfstandig naamwoord: "misdrijf".
Verlies
niet "verlies" maar "kerker".
verkennen
niet "verkennen" maar "miskennen".
verlinken
niet "verraden" maar "van een internetlink voorzien".
verrückt
niet "verrukt" maar "gek".
versagen
niet "versagen" maar "mislukken" of "ontzeggen".
verschiedene
niet "verscheidene" maar "verschillende".
versprechen
niet "verspreken" maar "beloven".
versprengen
niet "verspringen" maar "uiteenjagen".
verstehen
niet alleen "verstaan" maar ook "begrijpen".
versteckt
niet "verstekt" maar "verborgen".
versuchen
niet "verzoeken" maar "proberen".
verzagen
niet "verzagen" (in stukken zagen) maar "versagen" (de moed verliezen).
Volkslied
niet in de zin van "nationaal volkslied" maar "oud populair lied".
Vorjahr
niet "voorjaar" maar "het vorige jaar".
vorüber
niet "voorover" maar "voorbij".
wandeln
niet "wandelen" maar "veranderen".
weder (... noch)
niet "weer" maar "noch".
weil
niet "terwijl", maar "omdat".
werden
vaak niet "worden" maar "zullen".
wie
niet "wie", maar "hoe".
Winkel
niet "winkel" maar "hoek" (meetkunde).
wissen
niet "wissen", maar "weten".
Zaun
niet "tuin" maar "(om)heining", "schutting".
Zeile
niet "zeil" maar "regel".
Ziegel
niet "tegel" of "zegel", maar "baksteen".
Ziel
niet "ziel", maar "doel".
Zimmermädchen
niet "timmermeisje", maar "kamermeisje".
Zinn
niet "zin", maar "tin".
Zirkel
niet "cirkel", maar "passer".

  Engels

actual
niet "actueel", maar "echt", "werkelijk"
acorn
niet "eekhoorn", maar "eikel"
administration
niet alleen "administratie", maar ook "regering", "bestuur"
alarm
niet alleen "alarm", maar ook "wekker"
ale
niet "aal", maar "licht soort bier"
angel
niet "angel", maar "engel"
arts
niet arts maar "(schone) kunsten"
as
niet "as", maar "(zo)als", "terwijl"
Austria
niet "Australië", maar "Oostenrijk"
bad
niet "bad", maar "slecht"
baked
(van bijvoorbeeld aardappels): niet gebakken maar gepoft
baker
niet "baker", maar "bakker"
bank
niet alleen "bank", maar ook "oever"
barracks
niet "barakken", maar "kazerne"
bastard
niet alleen "bastaard", maar ook "schoft", "ellendeling"
bathroom
niet alleen "badkamer", maar ook vaak "toilet"
bean
niet "been", maar "boon"
been
niet "been", maar "geweest"
beer
niet "beer", maar "bier"
beet
niet "beet", maar "biet"
believe
niet "believen", maar "geloven"
bevel
niet "bevel", maar "hoekmeter", "schuine rand"
beware
niet "bewaren", maar "oppassen"
bier
niet "bier", maar "lijkbaar"
bill
niet "bil", maar "rekening"
billion
niet "biljoen", maar "miljard" (zie ook korte en lange schaalverdeling)
bladder
niet "bladder", maar "blaas"
blubber: niet "modder", maar "vet van zeezoogdieren" (zoals walvissen of robben)
bone
niet "boon", maar "bot"
boon
niet "boon", maar "weldaad"
boor
niet "boor", maar "lomperd"
boot
niet "boot", maar "laars, grote schoen" of "kofferbak"
booth
niet "boot", maar "hokje", "telefooncel"
boss
niet "bos", maar "baas"
brand
niet "brand", maar "(water)merk"
brave
niet "braaf", maar "dapper", "moedig"
brief
niet "geschreven bericht", maar "kort"
brigadier
niet "brigadier", maar "brigadegeneraal"
broadcast
niet "broodkast" maar "uitzending" of "uitzenden"
brook
niet "broek", maar "beek(je)"
broom
niet "broom", maar "bezem"
brutal
niet "brutaal", maar "bruut"
buffalo
niet "buffel", maar "bizon"
by
niet alleen "bij", maar ook "door" (ten gevolge van) of "met (behulp van)"
cans
niet "kans", maar "blikjes"
car
niet "kar", maar "auto"
cell phone (Am. Engels)
niet "telefooncel", maar "mobiele telefoon", "gsm"
censure
niet "censuur", maar "berisping"
character
(in boeken, toneelstukken etc): niet "karakter", maar "personage"
chef
niet "chef", maar "chef-kok"
chips
(Brits) niet "(aardappel)chips", maar "friet"
Christendom
niet "christendom", maar "christenheid"
coffee shop
niet "coffeeshop" (verkooppunt van cannabis), maar "koffiehuis"
to commit
niet "committeren" (afvaardigen), maar "plegen"
compass
niet alleen "kompas", maar ook "passer"
competition
niet "competitie", maar "concurrentie"
concrete
niet alleen "concreet", maar ook "beton"
consumption
niet alleen "consumptie", maar ook "tuberculose"
to control
niet "controleren", maar "onder controle hebben", "beheren", "bedienen"
corn
(Amerikaans) niet "koren", maar "mais"
crippled
niet "kreupel", maar "verminkt"
critic
niet "kritiek", maar "criticus"
to crop up
niet "opkroppen", maar "opduiken"
to cruise
niet "kruisen", maar "bevaren"
cut
niet "kut", maar "snede"
cunt
niet "kunt" of "kont", maar "kut"
cypher
niet "cijfer", maar "geheime code"
decade
niet "decade" (tien dagen), maar "decennium" (tien jaar)
deception
niet "deceptie", maar "bedrog"
deer
niet "dier", maar "hert"
diamond
niet alleen "diamant", maar ook "ruit" (meetkundige figuur)
diary
niet "diarree", maar "dagboek" of "agenda"
dimension
niet alleen "dimensie", maar ook "afmeting"
direction
niet alleen "directie", maar ook "richting"
douche
niet een stortbad, maar een instrument voor vrouwelijke hygiëne
drug
niet alleen "narcoticum", maar ook "geneesmiddel"
Dutch
niet Duits, maar Nederlands (echter ook wel voor 'Duits' gebruikt zoals in Pennsylvania Dutch)
to drive
niet "drijven", maar "rijden"
drome
niet "droom", maar "vliegveld" (spreektaal)
elk
niet "elk", maar (Brits) "eland", (AmE) "wapiti"
even
niet "korte tijd" of "evenveel", maar "zelfs"
event
niet alleen "evenement", maar ook "gebeurtenis"
eventual
niet "eventueel", maar "uiteindelijk"
fabric
niet "fabriek", maar "textiel"
factory: niet "factorij", maar "fabriek"
fag(g)ot
niet "fagot", maar een bosje aanmaakhout (of scheldwoord voor een homoseksuele man)
fan
niet alleen "fan", maar ook "waaier" en "ventilator"
fart
niet "vaart", maar "scheet"
fast
niet "vast", maar "snel"
fee
niet "fee", maar "provisie", "vergoeding"
gang
niet "gang", maar "bende"
garden
niet "garden", maar "tuin"
gas
niet alleen "gas", maar in Amerikaans-Engels ook "benzine"
gist
niet "gist", maar "essentie"
glad
niet "glad", maar "blij"
global
niet "globaal", maar "mondiaal"
goldfinch
niet "goudvink", maar "putter"
hairdos
niet "haardos", maar "kapsels" (meervoud van "hairdo")
half, bijvoorbeeld half three
niet "half drie" maar "half vier" (spraakgebruik, correcter is "half past three")
hand
niet alleen "hand", maar ook "wijzer" (van een klok)
handle
niet "handel", maar "handvat"
harness
niet "harnas", maar "tuig", "veiligheidsriemen"
headline
niet "hoofdlijn", maar "krantenkop"
heaven
niet "haven", maar "hemel"
helm
niet "helm", maar "roer" (stuurwiel)
hernia
niet "hernia", maar "liesbreuk"
heroin
niet alleen "heroïne", maar ook "heldin"
hood
niet "hoed", maar "kap", "muts"
hoop
niet "hoop", maar "hoepel"
hound
niet "hond", maar "jachthond"
idle
niet "ijdel", maar "ledig"
keel
niet "keel", maar "kiel"
kind
niet "kind", maar "soort" of "aardig"
knickers
niet "knikkers" maar "onderbroek"
to knock
niet "knokken", maar "kloppen"
lack
niet "lak", maar "gebrek"
lame
niet "lam", maar "kreupel"
landing
niet alleen "landing", maar ook "trapportaal"
lane
niet "laan", maar "pad", "landweg", "straatje", "vaargeul" of "rijstrook"
lap
niet "lap", maar "schoot" of "ronde"
lass
niet "las", maar "meisje"
leader
in bridge niet "leider", maar "degene die uitkomt" (links van de leider)
letter
kan naast "letter" ook "brief" betekenen
libel
niet "libel", maar "smaad"
lid
niet "lid", maar "deksel"
liquor
niet "likeur", maar "sterke drank"
live
niet alleen "leven", maar ook "wonen"
loaf
niet "loof", maar (een) "brood"
lock
kan naast "(haar)lok" ook "slot" betekenen
loop
niet "loop", maar "lus"
to loot
niet "loten", maar "plunderen"
to lose
niet "lozen", maar "verliezen"
lull
niet "lul", maar "windstilte", "periode van rust"
magazine
niet "magazijn", maar "tijdschrift"
to make out
niet "het uitmaken", maar "vrijen"
map
niet "map", maar "landkaart"
meaning
niet "mening", maar "betekenis"
meerkat
niet "meerkat", maar "stokstaartje"
mess
niet "mes", maar "rommel"
minister
niet alleen "minister", maar ook "dominee"
mode
niet de smaak waarin kleding en andere zaken op een moment het meest gewaardeerd worden, maar "modus", "manier", "wijze"
to molest
niet "molesteren" maar "seksueel misbruiken"
moose
(AmE) niet "moes", maar "eland"
mop
niet een vertelde grap, maar "dweil"
moth
niet "mot", maar ook "nachtvlinder" (niet elke nachtvlinder is een mot)
mother
niet "modder", maar "moeder"
mug
niet "mug", maar "mok", "beker"
nature
(over een persoon/object) niet "natuur", maar "aard"
novel
niet "novelle" (een Frans leenwoord), maar "roman"
of
niet "of", maar "van"
ordinary
niet "ordinair" (vulgair), maar "gewoon"
overhear
niet "overhoren", maar "toevallig horen" of "afluisteren"
paraffin
niet "paraffine", maar "petroleum"
paragraph
niet "paragraaf", maar "alinea" of "(artikel)lid"
pencil
niet "penseel", maar "potlood"
period
niet alleen "periode", maar ook "menstruatie" en (in het Amerikaans) "punt"
pet
niet alleen "pet", maar ook "huisdier"
petrol
niet "petroleum", maar "benzine"
petroleum
niet "petroleum", maar "aardolie"
photograph
niet "fotograaf", maar "foto"
physician
niet "fysicus", maar "arts"
pig
niet "big", maar "varken"
pile
niet "pijl", maar "stapel"
pink
niet pink, maar roze
pit
niet "pit", maar "kuil"
plight
niet "plicht", maar "benarde toestand"
poets
niet "poets", maar "dichters"
pop
niet "pop", maar "knal"
prey
niet "prei", maar "prooi"
probe
niet "proberen", maar "onderzoeken" (met een sonde)
proof
zelden "proef", meestal "bewijs(materiaal)"
prop
niet "prop", maar "rekwisiet"
proper
niet "proper" (schoon), maar onder (vele) andere "goed", "juist" en "degelijk"
ramp
niet "catastrofe", maar "helling"
rare
niet "raar", maar "zeldzaam"
record
niet alleen "record", maar ook "registratie", "opname"
recorder
niet alleen "opnameapparaat", maar ook "blokfluit" en in het Verenigd Koninkrijk een bepaald soort rechter
recreant
niet "verpozing zoekende", maar "lafaard, afvallige"
rock
niet "rok", maar "rots"
roof
niet "roof" (diefstal), maar "dak"
rook
niet "rook", maar "toren" Ook "roek (vogel)"
room
niet "room", maar "kamer"
rooster
niet "rooster", maar "haan"
root
niet "roet", maar "wortel"
rover
niet "rover", maar "zwerver"
rust
niet "rust", maar "roest"
scholar
niet alleen "scholier", maar ook "geleerde"
score
niet alleen "score", maar ook "partituur"
second hand
niet "tweede hand", maar "secondewijzer" (en ook "tweedehands")
section
niet "sectie", maar "paragraaf"
selected
niet alleen "geselecteerd", maar ook "enkele", "sommige"
serious
niet alleen "serieus" (Nederlands in Nederland), maar ook "ernstig"
service
niet alleen "service" of "dienst", maar ook "reparatie", "repareren"
shave
niet alleen "schaven", maar ook "scheren"
shepherd
niet "schepper", maar "(schaap)herder"
shower
niet "sjouwer", maar "douche(n)"
silicon
niet "silicone", maar "silicium"
sin
niet "zin", maar "zonde"
sinful
niet "zinvol", maar "zondig"
since
niet alleen "sinds", maar ook "aangezien"
sinus
niet de wiskundige "sinus", maar een "voorhoofdsholte" of "kaakbijholte"
skies
niet "ski's", maar "hemel"
to sleep
niet "slepen", maar "slapen"
slight
niet "slecht", maar "gering"
slim
niet "slim", maar "slank"
slip
niet "onderbroekje", maar "hemd" of "onderjurk"
small
niet "smal", maar "klein"
sober
niet "sober", maar "nuchter"
soldier
niet alleen "soldaat", maar in het algemeen "militair"
solicit
niet "solliciteren", maar "verzoeken"
sparrow
niet "spreeuw" maar "mus" (wél etymologisch verwant)
spectacles
niet "spektakels", maar "bril"
spite
niet "spijt", maar "wrok"
spot price
niet "spotprijs", maar "locoprijs"
stage
niet "stage", maar "podium", "toneel"
staple
niet "stapel", maar "nietje"
starve
niet "sterven", maar "verhongeren" (en: "rammelen van de honger")
stem
niet "stem", maar "stam"
to stick
niet "stikken", maar "kleven" of "klemmen" (van een deur of raam)
stock
niet "stok", maar "voorraad" of "aandeel"
to stomp
niet "stompen", maar "stampen"
stool
niet "stoel", maar "kruk" of "stoelgang"
stoop
niet "stoep", maar "gebogen houding"
stout
niet "stout, ondeugend", maar "dik, gezet"
stride
niet "strijden", maar "schrijden"
table
niet alleen "tabel", maar ook "tafel"
technical
niet alleen "technisch", maar ook "officieel"
theatre
niet alleen "theater", maar ook "operatiekamer"
thus
niet "dus", maar "zo", "aldus"
tit
niet alleen "tiet", maar ook "mees"
town
niet "tuin", maar "stad"
tree
niet "tree" (trede), maar "boom"
trillion
niet "triljoen", maar "biljoen" (zie ook korte en lange schaalverdeling)
troops
meestal niet "troepen", maar "manschappen" ("Twenty troops entered the village")
twist
niet "twist", maar "draai"
underarm
niet "onderarm", maar "oksel"
undertaker
niet "ondernemer", maar "begrafenisondernemer"
upright
niet "oprecht", maar "rechtop"
upset (zelfst. nw.)
niet "opzet", maar "verstoring"
vacancy
niet "vakantie", maar "vacature"
vast
niet "vast", maar "enorm"
wait
niet "waait", maar "wacht"
wage
niet "wagen", maar "loon"
wake
niet "wake", maar "spoor", "kielzog"
want
niet "want", maar "behoefte"
war
niet "war", maar "oorlog"
warehouse
niet "warenhuis", maar "magazijn"
warhead
niet "warhoofd", maar "kernkop"
welfare
niet "welvaart", maar "welzijn"
whistle
niet "wissel", maar "fluit" of "fluiten"
whitefish
niet "witvis", maar verzamelnaam voor houtingen of "marenen"
will (hulpwerkwoord)
niet alleen "willen", maar ook "zullen"
tijdens een huwelijksvoltrekking komt "I will" overeen met ons "Ja"
wonder
meestal niet "wonder", maar "verwondering"
Notatie van getallen

Ook verschilt het gebruik van de leestekens "." en "," in getallen: in het Engels wordt de punt gebruikt als decimaalteken en de komma voor cijfergroepering. In het Nederlands zijn de functies omgekeerd.

  Estisch

aare
niet "are" maar "schat".
ader
niet "ader" maar "ploeg".
alles
niet "alles" maar "nog, pas".
arm
niet "arm" maar "genade" of "litteken".
armas
niet "arm" maar "lief".
edel
niet "edel" maar "zuidwesten".
geel
niet "geel" maar "gel".
halb
niet "half" maar "slecht".
hani
niet "haan" maar "gans".
heide
niet "heide" maar "worp".
hekk
niet "hek" maar "heg".
hele
niet "heel" maar "licht".
hell
niet "hel" maar "lief".
hulk
niet "de Hulk" maar "hoeveelheid".
hunt
niet "hond" maar "wolf".
gaas
niet "gaas" maar "gas".
jood
niet "Jood" maar "jodium".
kaas
niet "kaas" maar "deksel".
kaas-
niet "kaas-" maar "samen-".
kabel
niet "kabel" maar "kapel".
kapp
niet "kap" maar "kast".
kass
niet "kas" maar "kat".
kaste
niet "kast(en)" maar "saus".
kauss
niet "kous" maar "kom".
keel
niet "keel" maar "taal, tong".
kivi
niet "kiwi" maar "steen".
koer
niet "koer" maar "hond".
koht
niet "kocht" maar "plaats".
kont
niet "achterwerk" maar "bot".
kool
niet "kool" maar "school".
koor
niet "koor" maar "room".
korvpall
niet "korfbal" maar "basketbal".
kukk
niet "koek" maar "haan".
kurk
niet "kurk" maar "augurk/komkommer".
kuu
niet "koe" maar "maan" of "maand".
lind
niet "linde" maar "vogel".
luik
niet "luik" maar "zwaan".
maa
niet "ma" maar "(platte)land".
maag
niet "maag" maar "magiër".
maal
niet "maal" maar "schilderij".
me
niet "me" maar "wij".
meel
niet "meel" maar "verstand".
mees
niet "mees" maar "man".
menu
niet "menu" maar "succes".
nii
niet "niet" maar "zo".
noor
niet "noord" maar "jong".
õlu
niet "olie" maar "bier".
palk
niet enkel "balk" maar ook "loon".
part
niet "deel" maar "eend".
pii
niet "pi" maar "tand".
piin
niet "pijn" maar "foltering".
piir
niet "pier" maar "grens".
pill
niet "pil" maar "muziekinstrument".
põder
niet "poeder" maar "rendier".
pudel
niet "poedel" maar "fles".
puder
niet "poeder" maar "pap".
pult
niet "bult" maar "afstandsbediening".
puus
niet "poes" maar "heup".
rand
niet "rand" maar "strand".
riid
niet "riet" maar "ruzie".
romb
niet "romp" maar "diamant".
rõõm
niet "room" maar "vreugde".
saalihoki
niet "zaalhockey" maar "unihockey".
sapp
niet "sap" maar "gal".
sell
niet "cel" maar "kerel".
soldat
niet "soldaat" maar "boer" (in kaartspellen).
suur
niet "zuur" maar "groot".
tee
niet enkel "thee" maar ook "(een) weg".
turg
niet "Turk" maar "markt".
vaht
niet "vacht" maar "schuim".
valve
niet "valve" maar "bewaker".
veel
niet "veel" maar "nog, opnieuw".
viis
niet "vies" maar "vijf".
viin
niet "wijn" maar "wodka".
vorst
niet "vorst" maar "worst".

  Fins

dokumentti
niet "document" maar "documentaire".
he
niet "hij" maar "zij" (meervoud).
kastike
niet afschrift bij de supermarkt (kasticket, Vl.) maar saus
kudos
niet "kudos/waardering" maar "weefsel".
me
niet "mij" maar "wij".
oven
niet "oven" maar "deur" (genitief of accusatief).
ruis
niet "ruis" maar "rogge".
viina
niet "wijn" maar "vloeistof".

  Frans

amateur
niet "hobbyist" maar "liefhebber" (bijvoorbeeld van lekker eten).
appel
niet "appel" (vrucht), maar "(hoger) beroep" of "oproep".
batterie
niet "batterij", maar "slagwerk" of "accu".
bonbon
niet "bonbon (chocola)" maar "snoepje".
brave
niet "braaf" maar "moedig".
brûler
niet "brullen" maar "branden".
café
niet alleen "kroeg, bar" maar ook "koffie".
canard
niet "kanarie" maar (o.a.) "eend".
canne
geen "kan" maar "stok".
canon
niet alleen "kanon", maar ook "loop" (van elk vuurwapen).
cent
meestal niet "cent" maar "honderd".
champignon
niet "champignon", maar "paddenstoel".
chaud
niet "koud" maar "warm".
cloque
niet "klok" maar "blaar".
comédien
niet alleen "komediant", maar ook "toneelspeler".
conducteur
niet "conducteur" (kaartjesknipper), maar bestuurder
culture
niet alleen "cultuur", maar ook "kweek".
di(manche)
niet "di(nsdag)" maar "zondag".
dur
niet "duur" maar "hard".
essence
niet "essentie" maar "benzine".
formellement interdit
niet "formeel verboden" maar "streng verboden" (het verbod staat uitdrukkelijk in de wet en moet serieus worden genomen, de eventuele verbalisant is geen dienstklopper).
fut
niet "fut" of "fuut", maar "vat" of "ton".
glace
niet "glas" maar "ijs", en ook "spiegel".
gras
niet "gras", maar "vet", zowel zelfstandig als bijvoeglijk
hier
niet "hier" maar "gisteren".
horloge
niet "horloge" maar "klok", "uurwerk" (een horloge is "montre").
hôtel de ville
niet "stadshotel" maar "stadhuis".
huile
lijkt qua spelling op "huilen" en qua uitspraak op "wiel" maar betekent "olie".
ivre
niet "ijver, ijverig" maar "dronken".
je
niet "je" maar "ik".
jus
niet een soort "saus" maar "sap".
lac
geen "lak" maar "meer" (watervlakte).
lettre
kan naast "letter" ook "brief" betekenen.
location
niet alleen "locatie" maar ook "huur".
M.
meestal niet de beginletter van een voornaam maar "Monsieur, "Mijnheer"
ma(rdi)
niet "ma(andag)" maar "dinsdag".
magasin
niet alleen "magazijn" maar ook "winkel".
magazine
niet "magazijn" maar "tijdschrift".
médecin
niet "medicijn" maar "arts"
mer
geen "meer" maar "zee".
midi
niet "midden", "centrum", maar "zuiden" (en ook "12 uur"), bijv: Station Bruxelles-Midi is Brussel-Zuid.
milieu
niet "min of meer natuurlijke leefomgeving" maar "onderwereld" of "midden".
mousse
niet "moes" maar "schuim".
O(uest)
niet "O(ost)" maar "West".
ordinaire
niet "ordinair" maar "gewoon".
piéton
niet "python" maar "voetganger".
pin
niet "pin" maar "dennenboom".
pissenlit
niet "pissebed" maar "paardenbloem".
pont
niet "veerpont" maar "brug".
rare
niet "raar" maar "zeldzaam".
rhume
niet "rum", maar "verkoudheid".
sang
niet "zang" maar "bloed".
service
niet "servies" maar "dienst".
spectacle
niet "spektakel" maar "voorstelling".
V(alet)
(speelkaart) niet "V(rouw)" maar "Boer".
vent
niet "vent" maar "wind".
viande
niet "vijand" maar "vlees".
viol
niet "viool" maar "verkrachting".
vis
geen "vis" (in het water) maar "schroef".

  Fries

besykje
niet "bezoeken" maar "proberen".
brea
niet "brood" (vgl. Engels "bread") maar "roggebrood".
bil
niet alleen "bil" maar ook "dij".
del
niet "slons" maar "(naar) beneden".
fier
niet "trots" maar "ver".
grûn
niet "groen" maar "grond".
hier
niet "hier" maar "haar" (zelfstandig naamwoord).
hoeden
niet "hoofddeksels" maar "voorzichtig" (behoedzaam).
jaar
niet "jaar" maar "uier".
kij
niet "kei" maar "koeien".
mich
niet alleen "mug" maar ook "vlieg".
net
niet "ternauwernood" maar "niet".
panne
niet "kookgerei" maar "eetbord".
plak
niet "plak" maar "plek".
selskip
niet "zeilschip" maar "gezelschap".
sletten
niet "hoeren" maar "gesloten" en ook "sloten", het meervoud van sloot.
slim
niet "intelligent" maar "erg".
stikken
niet "stikken" maar "kapot".
streekrjocht
niet "streek(ge)recht" maar "rechtstreeks".
wei
niet "weide" maar "weg".
wiet
niet "cannabisbloem" maar "nat".

  Nieuwgrieks

nai
uitgesproken als : niet "nee" maar "ja".
ochi
niet "ach ja", maar "nee".
stoma
niet "stoma" maar "mond".

  Hebreeuws

keen
niet "geen" maar "ja".
regel
niet "regel" maar "been" of "voet".

  Hindi

teen, tiin (fonetisch)
niet "10" maar "3".

  Hongaars

bor
niet "bier" maar "wijn"
orr
niet "oor" maar "neus"

  IJslands

fullur
niet "vol" maar "dronken".
kaka
niet "uitwerpselen" maar "cake".
kind
niet "kind" maar "schaap".
strax
niet "straks" maar "onmiddellijk".
vin
niet enkel "wijn" maar ook "sterkedrank".

  Indonesisch

air
niet "arrogante houding", "aura" of "lucht" maar "water".
ampir of hampir
niet "amper" maar "bijna".
dan
niet "dan" maar "en".
es
niet "een soort loofboom" maar "ijs".
hal
niet "ruimte" maar "feit".
jus
niet een soort saus maar "sap".
kadar
niet "kader" maar "norm", "waarde", "gehalte".
koper
niet "iemand die koopt" of het metaal, maar "koffer".
koran
niet alleen het heilige boek voor moslims maar (zeker zonder hoofdletter): "krant".
mobil
niet een 'mobieltje' maar een automobiel.
pak
niet alleen "pak" maar ook "vader" of "meneer".
sop
niet bijvoorbeeld "afwaswater" maar "soep".
tong
niet lichaamsdeel maar "vat" (ton).

  Italiaans

caldo
niet "koud" maar "heet".
scampi
geen zoetwaterreuzengarnaal (Macrobrachium rosenbergii) of andere grote garnaal maar Noorse kreeften (Nephrops norvegicus)
snello
niet "snel"' maar "slank"

  Japans

rampu
niet "ramp" maar "lamp".

  Nedersaksisch

goud
(Gronings): niet "goud" maar "goed".
hai (doorgaans 2x) (Gronings)
niet "hai" of "hoi" maar "o jee" of "vreselijk!"
houwn
niet "houden" maar "slaan" (houwen).
tied
niet "tiet" maar "tijd".

  Noors

agurk
niet "augurk" maar "komkommer"
aldri
niet "altijd", "aldra" of "alle drie" maar "nooit"
bil
niet "bil" maar "auto"
bom
niet "bom" of "boom" maar "slagboom"
bord
niet "bord" maar "tafel"
gaffel
niet "gaffel", maar "vork"
gammel
niet "gammel", maar "oud"
gate
niet "gat", maar "straat"
hage
niet "haag", maar "tuin"
hav
niet "haven" maar "zee"
høvel
niet "heuvel" maar "schaaf"
hun
niet "hun" maar "zij"
jeg (uitgesproken als "jij")
niet "jij" maar "ik"
kaffe
niet "café" maar "koffie"
kake
niet "cake" maar "koek"
kappe
niet "kap" maar "jurk"
kinn
niet "kin" maar "wang"
lydløs
niet "liefdeloos", maar "stil" (vgl. geluidloos)
løk
niet "leuk" maar "ui" (vgl. look)
nedrig
niet "nederig" maar "laaghartig", "gemeen"
ost
niet "oost" maar "kaas"
overbevisning
niet "overbevissing" maar "overtuiging"
pannelapp
niet "pannenlap" maar "voorhoofdskwab"
regne
niet "regen" maar "tellen"
singel
niet "singel" maar "enkel"
skap
niet "schaap" maar "kast"
skat
niet "schat" maar "belasting"
skjerf
niet "scherf" maar "sjaal"
skulder
niet "schulden" maar "schouder"
sletten
niet "sletten" maar "vlakte"
slikke
niet "slikken" maar "likken"
smør
niet "smeer" maar "boter"
sopp
niet "sop" maar "paddestoel"
søt
niet "zout" of "zot" maar "zoet"
speil
niet "spijl" maar "spiegel"
spise
niet "spies" maar "eten" (vgl.: spijzen)
straks
niet "straks" maar "nu meteen"
sykkel
niet "sikkel" of "sukkel" maar "fiets"
teller
niet "teller" maar "rekenen"
tre
niet "tree" maar "boom"
åpenbar
niet "openbaar" of "apenbar", maar "duidelijk, klaarblijkelijk, onmiskenbaar"

  Papiaments

gastu
niet "gast" maar "onkosten".
kandela
niet "kandelaar" maar "vuur" of "brand".
kaya
niet "kade" maar "straat".

  Pools

biały [biaauwi]
niet "blauw", maar "wit".
chujy
niet "goeie" maar "penissen".
dom
niet "dom" maar "huis".
kantor
niet "kantoor" maar "wisselkantoor" (valuta).
kat
niet "kat" maar "beul".
kąt [kont]
niet "kat" of "kont" maar "hoek".
koc [kots]
niet "kots" of "kok" maar "deken".
kot
niet "kot" (kamer) maar "kat".
ja
niet "ja" maar "ik".
lat
niet "lat" maar "jaar" (periode van twaalf maanden).
list [liest]
niet "list" (iemand beetnemen), maar "brief".
pan [paan]
niet "pan", maar "heer/meneer".
pet
niet "pet", maar "peuk".
pilot
niet alleen "piloot", maar ook "afstandsbediening".
post
niet "post" maar "vastentijd".
pupa [poepa]
niet "poep" (ontlasting) maar "bil".
rok
niet "rok" (kledingstuk) maar "jaar" (volgens jaartelling, periode van 1 januari tot 31 december).
sok
niet "sok" (kledingstuk), maar "sap" en "siroop".
stół [stoeuw]
niet "stoel", maar "tafel".
syrop [sirop]
niet "siroop" maar "hoestdrank".
tak
niet "tak" of "taak" maar "ja".
traktować [traaktowaatsj]
niet "trakteren", maar "behandelen" (gedrag tegen personen).

  Portugees

besta
niet "(ik) besta" maar "beest".
cu
niet "koe" maar "kont".
conto
niet "kont" maar "verhaal, vertelling".
fel
niet "fel" maar "bitterheid".
ler
niet "leren" maar "lezen".
mal
niet "mal" maar "kwaad".
mês
niet "mes" maar "maand".
misto
niet "mist" maar "gemengd".
mole
niet "molen" maar "slap, zacht".
nu
niet "nu" maar "naakt".
pardo
niet "paard" maar "bruin".
estrela
niet "strelen" maar "ster".

  Roemeens

cald
niet "koud" maar "warm".
chuie
(spreek uit: koeié) niet "koeien" maar spijkers.
curvă
(spreek uit: koerve) niet "curve" maar "hoer".
strand
geen "strand" (aan zee) maar zwembad.

  Russisch

da
niet "dat" maar "ja".
dom
niet "dom" maar "huis".
familija
niet "familie" maar "achternaam" of "familienaam".
ja
niet "ja" maar "ik".
limon
niet "limoen" maar "citroen".
list
niet "lijst" maar "blad".
magazin
niet "magazijn" maar "winkel".
moeltiplikatsija
niet "vermenigvuldiging" maar "tekenfilm".
nomenklatoera
niet "nomenclatuur" maar "communistische elite in de Sovjet-Unie".
pot
niet "pot" maar "zweet".
sok
niet "sok" maar "sap".
syr
niet "sier" of "sire" maar "kaas".
vakansija
niet "vakantie" maar "vacature".
volk
niet "volk" maar "wolf".
vy
(klinkt als het Engelse 'we' of Franse 'oui') niet "wij" maar "u".
zoed
niet "zoet" maar "jeuk".

  Schots-Gaelisch

bòrd
niet "bord" maar "tafel".
clann
(klinkt als 'clown') niet "clown" maar "kinderen".
niet "koe" maar "hond".
fìor
niet "fier" maar "zeer, erg, aanzienlijk".
leibh
(klinkt als 'lief') niet "lief" maar "met u, met jullie".
uisge
niet "whisky" maar "water" of "regen".

  Soendanees

paria
niet een verschoppeling, maar de groente Momordica charantia.

  Spaans

aceite
lijkt op "azijn" maar betekent "olie".
autobombo
niet "autobom" maar "zelfverheerlijking".
cara
niet "kar" of "auto" maar "gezicht".
carro
in Spanje: "kar", in Zuid-Amerika "auto".
carta
niet "kaart" maar "brief".
cerveza
niet "servies" maar "bier".
do(mingo)
niet "do(nderdag)" maar "zondag".
espectáculo
niet "lawaai" maar "voorstelling".
guante
niet "want" maar "handschoen".
gracioso
niet "gracieus" maar "grappig".
ma(rtes)
niet "ma(andag)" maar "dinsdag".
molestar
niet "molesteren" maar "hinderen"
O(este)
niet "O(ost)" maar "West".
pan
niet "pan" maar "brood".
patata
niet "patat" (frites) maar "aardappel".
seis
niet "zeis" of "sijs" maar "zes" (6).
suegro/a
niet "zwager" maar "schoonouder".
vaso
niet "vaas" maar "drinkglas".
vos
niet "vos" maar "U" of (in Zuid-Amerikaans Spaans, met name het Rioplatensisch-Spaans) jij.
yo
niet "jij" maar "ik".


  Tsjechisch

komplexní
niet "ingewikkeld" maar "geïntegreerd" of "totaal-".
stůl
niet "stoel" maar "tafel".

  Turks

tabak
niet "tabak" maar "bord"
trilyon
niet "triljoen" maar "biljoen".

  Zweeds

advokatyr
niet "advocatuur" maar "spitsvondige bewijsvoering".
andakt
niet "aandacht" maar "toewijding" en "korte gebedsdienst".
artig
niet "aardig" maar "hoffelijk".
avisera
niet "adviseren" maar "aankondigen", "melden".
avrätta
niet "africhten" maar "terechtstellen".
befalla
niet "bevallen" maar "bevelen".
begära
in hedendaags taalgebruik niet "begeren" maar "vragen", "verlangen", "wensen".
beivra
niet "beijveren" maar "optreden tegen", "beboeten".
bekväm
niet "bekwaam" maar "comfortabel", "gerieflijk".
bergand
niet "bergeend" maar "toppereend".
besiktiga
niet "bezichtigen" maar "inspecteren".
bil
niet "bil" maar "auto".
bisätta
niet "bijzetten", "begraven" maar "naar een mortuarium brengen".
blinka
niet "blinken" maar "knipperen".
bliva
niet "blijven" maar "worden".
bom
niet "boom" maar "slagboom" en "balk".
bord
niet "bord" maar "tafel".
brunn
niet "bron" maar "waterput" en "kuuroord".
café
niet "café", "kroeg" maar "koffiehuis".
dike
niet "dijk" maar "sloot" of "greppel".
dimljus
niet "dimlicht" maar "mistlamp".
dra
niet "dragen" maar "trekken".
endiver
niet "andijvie" maar "witlof".
flink
niet "flink" maar "behendig".
flott
niet "vlot", "gezwind" maar "chic", "fraai".
fläsk
niet "vlees" maar "varkensvlees".
ful
niet "vuil" maar "lelijk".
fäkta
niet "vechten" maar "schermen" en "druk gebaren".
förbanna
niet "verbannen" maar "vervloeken".
fördöma
niet "verdoemen" of "verdommen" maar "afkeuren", "veroordelen".
förklena
niet "verkleinen" maar "kleineren", "geringschatten".
förlisa
niet "verliezen" maar "vergaan", "schipbreuk lijden".
förlåta
niet "verlaten" maar "vergeven".
församling
niet "verzameling" maar "kerkgemeente", "menigte".
förslag
niet "verslag" maar "voorstel".
försöka
niet "verzoeken" maar "proberen".
förtala
niet "vertalen" maar "belasteren".
förut
niet "vooruit" maar "eerder", "vroeger".
gammal
niet "gammel" maar "oud".
gemak
niet "gemak", "wc" maar "salon", "vertrek".
glad
niet "glad" maar "blij".
glasögon
niet "glazen oog" maar "bril".
gudstjänst
niet "godsdienst" maar "kerkdienst".
gäld
niet "geld" maar "schuld".
handfat
niet "handvat" maar "wasbak".
hängsle
niet "hengsel" maar "bretel".
kakel
niet "kachel" maar "geglazuurde tegel".
kind
niet "kin" maar "wang".
klant
niet "klant" maar "kluns" of "sukkel".
klarlägga
niet "klaarleggen" maar "verklaren", "uitleggen", "verhelderen", "uit de doeken doen".
klen
niet "klein" maar "zwak", "broos", "ziekjes".
klok
niet "kloek" maar "wijs".
klä ut
niet "uitkleden" maar "verkleden".
kommun
niet "commune" maar "gemeente".
konstig
niet "kunstig" maar "vreemd", "raar".
korn
niet "koren" maar "gerst".
korv
niet "korf" maar "worst".
kurator
niet "curator" maar "maatschappelijk werker".
lasarett
niet "lazaret" of "veldhospitaal", maar "ziekenhuis".
lat
niet "laat" maar "lui".
lustig
niet "lustig" maar "komisch", "maf", "mal".
lärjunge
niet "leerjongen" maar "apostel", "volgeling".
mixer
niet "mixer" maar "blender".
mule
niet "muil" maar "bovenlip" (van grote hoefdieren).
nedrig
niet "nederig" maar "laaghartig", "gemeen".
nog
niet "nog" maar "wel", "waarschijnlijk", "genoeg".
obeveklig
niet "onbeweeglijk" maar "onverzettelijk", "onvermurwbaar".
ordförande
niet "woordvoerder" maar "voorzitter".
orm
niet "worm" maar "slang".
oväder
niet "onweer" maar "slecht weer", "noodweer".
paus
niet "paus" maar "pauze".
plåga
niet "plagen" maar "pijnigen", "kwellen".
polotröja
niet "polotrui" maar "coltrui".
på fallrepet
niet "op de valreep" maar "op zwart zaad", "op de rand van het bankroet".
ramla
niet "rammelen" maar "vallen".
rar
niet "raar" maar "lief", schattig" en soms "zeldzaam".
rock
niet "rok" maar "overjas".
rumpa
niet "romp" maar "achterwerk", "billen".
semester
niet "semester" maar "vakantie".
sirat
niet "sieraad", "juweel" maar "versiering", "ornament".
skicklig
niet "schikkelijk" maar "handig", "vakkundig".
skärp
niet "sjerp" maar "ceintuur".
skön
niet "schoon" maar "aangenaam", "lekker", "mooi".
slaktoffer
niet "slachtoffer" maar "dierenoffer".
slicka
niet "slikken" maar "likken".
snabel
niet "snavel" maar "slurf".
snacka
niet "snakken" maar "kletsen", "babbelen".
snäll
niet "snel" maar "aardig", "lief".
sorg
niet "zorg" maar "verdriet" en "rouw".
springa
niet "springen" maar "rennen".
stor
niet "stoer" maar "groot".
strax
niet "straks" maar "onmiddellijk".
stuva
(culinair) niet "stoven" (langzaam koken) maar "in witte saus bereiden".
tack
niet "tak" maar "dank".
tapet
niet "tapijt" maar "behang".
tegel
niet "tegel" maar "baksteen".
tidig
niet "tijdig" maar "vroeg".
torp
niet "dorp" maar "boerderijtje" en "zomerhuisje op het platteland".
trots
niet "trots" maar "koppigheid", "onwil", en als voorzetzel "ondanks".
tändsticka
niet "tandenstoker" maar "lucifer".
underdel
niet "onderdeel" maar "onderste deel".
uppenbar
niet "openbaar" maar "duidelijk, klaarblijkelijk, onmiskenbaar".
uppfordra
niet "opvorderen", "opeisen" maar "verzoeken", "sommeren".
utflykt
niet "uitvlucht" maar "excursie" of "uitstapje".
utställa
niet "uitstellen" maar "tentoonstellen".
vacker
niet "wakker" maar "mooi".
vettig
niet "vettig" maar "verstandig".
vikariat
niet "vicariaat" (kerkelijk ambt) maar "tijdelijke aanstelling", "vervangingsbetrekking".
villkor
niet "willekeur" maar "voorwaarde".
vinkel
niet "winkel" maar "hoek".
vintergröna
niet "wintergroen" (Pyrola) maar "maagdenpalm" (Vinca).
vrede
niet "vrede" maar "woede", "boosheid".
våning
niet "woning" maar "verdieping" en vandaar ook "appartement", "etagewoning".
värpa
niet "werpen" maar "eieren leggen".
överge
niet "overgeven" maar "verlaten", "in de steek laten".
överse
niet "overzien" maar "over het hoofd zien".

  Taalvariëteiten onderling

  West-Vlaams en Standaardnederlands

aardig
niet "aardig, sympathiek" maar "eigenaardig, raar".
droef
niet "verdrietig, droevig" maar "stout" (ondeugend).
dijk
niet enkel "dijk", maar ook "gracht".
je
niet overal "je", maar ook "hij".
knecht
niet "knecht", maar jongen (ook soms knechtejongen of knechtebrok).
snel
niet "vlug" maar "mooi, knap of ook slim" (van personen).
stoet
geen "stoet", niet "stout" maar "dapper".
stute
geen "stut" maar "boterham".
vies
niet "vies, vuil" maar "boos".
wijf
niet noodzakelijk negatief bedoeld, maar soms ook neutraal "vrouw".

  Oost-Vlaams en Standaardnederlands

wijs
niet "verstandig", maar "leuk, geweldig".

  Brabants en Standaardnederlands

aorig
niet "aardig", maar "raar".
mannen
niet alleen "mannen", maar ook "kinderen".
mens
niet alleen "mens", maar ook "man" ("m'nen mens" = "mijn man").
poetsen
niet alleen "glimmend boenen", maar ook "schoonmaken".
schoon
niet "proper", maar "mooi".
slagen
niet "lukken", maar "slaan".
zuiver
niet (alleen) "zuiver", maar ook "proper".

  Nederlands in Vlaanderen en Nederland

1rightarrow.png Zie ook: Lijst van verschillen tussen Nederlands in Nederland en Vlaanderen
bank (meubelstuk)
in Nederland heet ieder zitmeubel voor twee of meer personen een bank, in Vlaanderen is een bank altijd hard.
botten
"beenderen" in Nederland, zowel "beenderen" als "laarzen" in Vlaanderen
gerief
"gemak, comfort" in Nederland, "gerei, gereedschap" in Vlaanderen.
kabinet
betekent in Vlaanderen "het geheel van de persoonlijke medewerkers van een minister", in Nederland "het geheel van regeringsministers en staatssecretarissen"
klappen
kan in Vlaanderen behalve "de handen tegen elkaar slaan", "barsten", "het geluid geven van een explosie of iets dat breekt" ook "spreken", "praten", "babbelen" betekenen.
kous
in Nederland wordt alleen beenbedekking tot aan de knie of hoger kous genoemd, in Vlaanderen elke beenbedekker.
lopen
in Nederland "te voet gaan" (meestal wandelen, soms rennen), in Vlaanderen "rennen".
middag
in Nederland verstaat men onder middag de periode van ca. 12 uur tot 's avonds, in Vlaanderen duurt "middag" slechts tot 13 of 14 uur.
pan (kookgerei)
in Nederland betekent "pan" alles waarin voedsel gekookt of gebraden wordt, in Vlaanderen wordt alleen een koekenpan pan genoemd.
patat
"frieten" in Nederland, "aardappel" in Vlaanderen.
poep
"ontlasting" in Nederland, in Vlaanderen ook "achterwerk".
poepen
"ontlasten" in Nederland, "vrijen" in Vlaanderen.
schoon
"proper", "netjes" in Nederland, "mooi" in Vlaanderen (cf. het Duitse schön).
vlieger
kan in Vlaanderen naast het object om mee te vliegeren en "vliegenier" ook "vliegtuig" betekenen.
zagen
kan in Vlaanderen naast "met een zaag bewerken" ook "zaniken, zeuren" betekenen.

  Frans in Wallonië en Frankrijk

déjeuner
"ontbijt" in Wallonië, "middagmaal" in Frankrijk.

  Brits en Amerikaans Engels

chips
(voedsel) - Br. "friet", Am. "chips".
college
- Br. "deelinstituut aan universiteit", Am. "universiteit / faculteit".
to knock up
- Br. "door kloppen wekken", Am. "zwanger maken".
sparrow
- Br. "mus", Am. "gors".
to table [a motion]
- Br. "ter tafel brengen", Am. "onder de tafel schuiven".
yard
- Br. "erf", Am. "tuin".

  Castiliaans en Zuid-Amerikaans Spaans

papa
- Z-A en Z-Spanje: "aardappel", Spanje: "paus".
coger (el bus)
- Z-A: "(de bus) nemen", Spanje: "nemen" in de zin van "seks hebben".
pisar
-Z-A: zowel "trappen op/betreden" als "treden" in de zin van "seks hebben". Met een waarschuwingsbord in een park met de tekst "No pisar en la grama" wordt dan bedoeld "Niet op het gras lopen", maar kan door de andere betekenis van pisar een humoristisch effect krijgen.

  Vreemde talen onderling

N.B.: als er twee woorden staan betekent het dat het eerste woord voorkomt in de eerstgenoemde taal, en het tweede woord in de als tweede genoemde taal.

  Albanees en Duits

gjelbër/gelb
"groen" in het Albanees, "geel" in het Duits.

  Albanees en Romaanse talen

verdhë / verd, verdi, vert, verde (respectievelijk Catalaans/Reto-Romaans, Corsicaans, Frans en Galicisch/Italiaans/Portugees/Roemeens/Spaans)
"geel" in het Albanees, "groen" in Romaanse talen.

  Arabisch en Duits

Milch
"zout" in het Arabisch, "melk" in het Duits.

  Arabisch en Hebreeuws

medina
eerder "stad" in het Arabisch, en eerder "staat" in het Hebreeuws.
lahm/lechem
"vlees" in het Arabisch, "brood" in het Hebreeuws.

  Arabisch en Indonesisch

ayam
"dagen" in het Arabisch, "kip" in het Indonesisch.
kalimat
"woorden" in het Arabisch, "zinnen" in het Indonesisch.

  Balinees en Indonesisch

ulat
"vlecht" in het Balinees, "rups" in het Indonesisch.

  Deens en Duits

blød/blöd
"zacht" in het Deens, "stom" in het Duits.
hose/Hose
"kous" in het Deens, "broek" in het Duits.
stund/Stunde
"poosje" in het Deens, "uur" in het Duits.
øl/öl
"bier" in het Deens, "olie" in het Duits.

  Engels en Deens

flask/flæsk
"fles" of "flacon" in het Engels, "varkensvlees" in het Deens.

  Engels en Duits

become/bekommen
"worden" in het Engels, "krijgen" in het Duits.
Deutsch/Dutch
"Duits" in het Duits, "Nederlands" in het Engels (van "Diets") (wel een cognaat).

  Frans en Engels

car
"bus" in het Frans, "auto" in het Engels.
coin
"hoek" in het Frans, "munt" in het Engels.
douche
"stortbad" in het Frans, "irrigator" in het Engels.
location
"huur" in het Frans, "locatie" in het Engels.
pain
"brood" in het Frans, "pijn" in het Engels.
utilise(r)
(utiliser) "gebruiken" in het Frans, (to utilise) "benutten" in het Engels.

  Frans en Spaans/Deens

cadenas
"hangslot" in het Frans, "kettingen" in het Spaans.
sol
"bodem" in het Frans, "zon" in het Spaans en het Deens.

  Fries en Gronings

nuver
"raar", "vreemd" in het Fries, "leuk" of "mooi" in het Gronings.

  Fries en Engels

freonlike
"vriendelijke" in het Fries, "lijkend op freon" in het Engels.

  Indonesisch en Duits

Salat
gebed in het Indonesisch, salade in het Duits.

  Indonesisch en Grieks

derma
"gift, aalmoes" in het Indonesisch, "huid" in het Grieks.

  Italiaans en Spaans

burro
"boter" in het Italiaans maar "ezel" in het Spaans.

  Pools en Tsjechisch

jagoda (Pools): bes
jahoda (Tsjechisch): aardbei
kwiecień (Pools): april
květen (Tsjechisch): mei
szukać (Pools): zoeken (szukam= ik zoek)
šukat (Tsjechisch): geslachtsgemeenschap hebben (vulg.) (šukam= ik neuk)

  Kodisch en andere talen van Soemba

rara
"geel" in het Kodisch maar "rood" in andere Soembanese talen.

  Zie ook

   
               

 

All translations of lijst van valse vrienden


sensagent's content

  • definitions
  • synonyms
  • antonyms
  • encyclopedia

  • begripsbepaling
  • synoniem

Dictionary and translator for handheld

⇨ New : sensagent is now available on your handheld

   Advertising ▼

sensagent's office

Shortkey or widget. Free.

Windows Shortkey: sensagent. Free.

Vista Widget : sensagent. Free.

Webmaster Solution

Alexandria

A windows (pop-into) of information (full-content of Sensagent) triggered by double-clicking any word on your webpage. Give contextual explanation and translation from your sites !

Try here  or   get the code

SensagentBox

With a SensagentBox, visitors to your site can access reliable information on over 5 million pages provided by Sensagent.com. Choose the design that fits your site.

Business solution

Improve your site content

Add new content to your site from Sensagent by XML.

Crawl products or adds

Get XML access to reach the best products.

Index images and define metadata

Get XML access to fix the meaning of your metadata.


Please, email us to describe your idea.

WordGame

The English word games are:
○   Anagrams
○   Wildcard, crossword
○   Lettris
○   Boggle.

Lettris

Lettris is a curious tetris-clone game where all the bricks have the same square shape but different content. Each square carries a letter. To make squares disappear and save space for other squares you have to assemble English words (left, right, up, down) from the falling squares.

boggle

Boggle gives you 3 minutes to find as many words (3 letters or more) as you can in a grid of 16 letters. You can also try the grid of 16 letters. Letters must be adjacent and longer words score better. See if you can get into the grid Hall of Fame !

English dictionary
Main references

Most English definitions are provided by WordNet .
English thesaurus is mainly derived from The Integral Dictionary (TID).
English Encyclopedia is licensed by Wikipedia (GNU).

Copyrights

The wordgames anagrams, crossword, Lettris and Boggle are provided by Memodata.
The web service Alexandria is granted from Memodata for the Ebay search.
The SensagentBox are offered by sensAgent.

Translation

Change the target language to find translations.
Tips: browse the semantic fields (see From ideas to words) in two languages to learn more.

last searches on the dictionary :

4831 online visitors

computed in 0.047s

I would like to report:
section :
a spelling or a grammatical mistake
an offensive content(racist, pornographic, injurious, etc.)
a copyright violation
an error
a missing statement
other
please precise:

Advertize

Partnership

Company informations

My account

login

registration

   Advertising ▼